Multi-Media Valencia. Horde met Myrte, Remona en Ronald. Sfeerimpressies zijn niet meer genoeg. Ik ben op een missie om inzichtelijk te maken wat trainingsstage is, waarom het is en wat we daar dan doen. Vanuit Valencia maken we dus een aantal reportages waarbij we steeds met twee atleten en coach Ronald de training meemaken. Wat zijn aandachtspunten tijdens de training, en waarom past deze zo goed bij deze fase in de periodesing?

De WinterMeerKampBattle. Hij zit erop. Ik heb gestreden, hard gestreden, maar tegen een supertalent als Thomas van der Plaetsen was ik niet opgewassen. Dank aan ASICS voor het ons voortdurend uitdagen het beste uit onszelf te halen! Hier het LosseVeter-artikel met de beide films van de touwklimactie. 
Thomas was de beste over de vijf onderdelen van de WMKB. Tijdens de ZMKB wordt het evenmin eenvoudig, maar ook daar zal ik me niet eenvoudig gewonnen geven.
Mijn ZomerMeerKampBattle begint op 5 en 6 mei in Italië. Stay put!

Zet ‘m op, Mark! Een verhaal om heel stil van te worden. Mark Jacobs, in december was hij nog aan ‘t trainen op Papendal in de meerkamptalentengroep. Een paar weken later is hij tegen kanker aan ‘t vechten. Op de site van de Atletiekunie vertelt hij over de afgelopen periode. 

Zet ‘m op, Mark! Een verhaal om heel stil van te worden. 
Mark Jacobs, in december was hij nog aan ‘t trainen op Papendal in de meerkamptalentengroep. Een paar weken later is hij tegen kanker aan ‘t vechten. 
Op de site van de Atletiekunie vertelt hij over de afgelopen periode.

 

Dit is geen rectificatie.

Aangezien er mensen blijk van hebben gegeven niet dezelfde deskundige docent in begrijpend lezen gehad te hebben als ik destijds, schrijf ik dit als een aanvulling op mijn veelbesproken stuk van gister.
Ik heb met mijn stukje over #boonstragate commentaar geleverd op de ideologie achter het selectiebeleid voor de Olympische Spelen, en alleen daarop. Er werd echter gesuggereerd dat ik bedoeld zou hebben dat NOC*NSF en de Atletiekunie in het algemeen een wanprestatie leveren. Ik snap nog steeds niet hoe je dat uit mijn column kan halen, maar het is blijkbaar wel gebeurd. 
Op mijn website en op mijn Twitter zou je kunnen lezen dat ik met heel veel plezier vier dagen per week op Papendal train en dus profiteer van de mogelijkheden die de Atletiekunie mij biedt. Die facilitering is ook in de afgelopen vijf jaar stukken verbeterd, coach Ronald bestaat bij de gratie van die facilitering, en dankzij mijn prive-sponsoren ben ik in staat om van die facilitering gebruik te maken. Papendal speelt een sleutelrol in de progressie die ik de afgelopen periode heb geboekt. Daar zou ik dus ook nooit een kritische column over schrijven. 
Want zoals een bekende Rotterdammer ooit zei: ‘Laten we mekaar nou niet onder stoelen of banken lopen te zitten te liggen te leggen te staan te steken.’ 

Over of Anky van Grunsven blijer op haar paard zit als Miranda Boonstra de marathon niet loopt…

Als mensen zeggen ‘regels zijn regels’, krijg ik sowieso al zin om ze een mep te verkopen. Nu in de week volgend op de Marathon Rotterdam hoor ik dat ook vaak en dus ben ik in een behoorlijk aggressieve bui. 
De limieten voor de Olympische Spelen zijn al tijden bekend, en ik ben het er al tijden niet mee eens. Maar het was een hele abstracte discussie die dus ook in de marge werd gevoerd. Nu is het ineens heel concreet nadat Miranda Boonstra op 8 seconden de limiet miste voor London. En dus komt er aandacht. Critici zeggen dan, waarom is die discussie niet eerder gevoerd? Nou, omdat er dus geen brede aandacht is voor abstracte discussies.
Nu is die discussie er wel, en dan sluit ik me daar graag bij aan…:

Regels zijn regels, daar is semantisch niets op aan te merken. Je mag echter wel kritisch kijken naar hoe regels tot stand komen. In het geval van de limieten voor de Olympische Spelen is het ongeveer de formele variant van met een blinddoek op pijltjes gooien naar een dartboard. Uit die tombola komt dan een hele specifieke tijd, bijv. 2,27,24 op de marathon voor vrouwen. Zo’n getal heeft de schijn van objectiviteit. Maar het is niet zo dat de grens tussen goed en slecht zo scherp is. Je kunt zeggen dat je met 2,25 uur ZEKER naar de Spelen moet, en met 2,30 uur dan volgens de ideologie van NOC*NSF niet (kom ik nog op). Maar wat ertussenin zit, is een grijs gebied. 
Nu zegt NOC*NSF dat ze Miranda Boonstra niet sturen omdat ze geen precedent willen scheppen. En dat is dus een slap excuus. Ze zeggen niet: ‘Ze is niet goed genoeg.’ Want dat kun je dus ook met geen mogelijkheid volhouden. Als 2,27,23 wel snel genoeg is, is 2,27,32 niet te langzaam. ’Ja, maar dan krijgen we gelijk twaalf andere mensen aan de lijn.’ Nou, ik ben heel vaak op Papendal, ik krijg niet de indruk dat daar zo hard gewerkt wordt dat er niet twaalf telefoontjes bij kunnen. 
Nu is het, om de dartmetafoor maar in stand te houden, alsof Miranda Boonstra in de triple 20 heeft gegooid maar dat ze te horen krijgt: ‘Ja, maar hij was niet in ‘t midden van de triple 20…’

Maar het onderliggende probleem is de verwarring die er bij NOC*NSF heerst omtrent het begrip ‘Top-10 Ambitie, en de gevolgen die dat heeft voor het limietenbeleid. ‘Je moet geen toeristen naar de Olympische Spelen sturen.’ Dat wordt er dan gezegd. Maar het verschil tussen 2,35 uur op de marathon en 2,20 uur op de marathon zit niet in verschil in inzet (wat gesuggereerd wordt met die term ‘toerist’). Dat verschil zit hem in talent. Het zijn allemaal atletes die keihard trainen. Bovendien is 2,35 uur de internationale A-limiet, heel veel andere landen vinden het dus blijkbaar helemaal niet zo erg om ‘toeristen’ naar de Spelen te sturen, en het IOC biedt die ruimte. NOC*NSF denkt echter dat je de kans op top-10 klasseringen groter maakt als je sporters die geen kans lijken te maken op die top-10 klassering niet stuurt.
En daar kan ik niet bij. Anky van Grunsven gaat niet minder blij op haar paard zitten, omdat Miranda Boonstra de marathon loopt in London. NOC*NSF denkt met het limietenbeleid het prestatieklimaat kunnen beïnvloeden en dat klopt gewoon niet. Door optimale trainingsomstandigheden te faciliteren beïnvloedt je het prestatieklimaat. Uit het trainingsklimaat vloeien prestaties voort, en die zijn wel of niet goed genoeg voor Olympische deelname. Ik train dus ook niet harder sinds ik weet dat ik 8220 punten nodig heb voor Olympische deelname. Het uitgangspunt is mijn eigen lichaam, dat proberen we door slim en hard te trainen te maken tot het beste lichaam uit de geschiedenis van het lichaam van Pelle Rietveld. Mijn lijf bepaalt hoe hard er getraind kan worden en hoe goed ik uiteindelijk dit seizoen zal zijn. Niet een stom getal dat uit een hoge hoed wordt getoverd. Het motiveert dus ook niet. Pas als ik de laatste ronde van de 1500 meter in de tienkamp inga en weet dat ik die laatste ronde in 65 seconden zal moeten lopen. Dan zou de gedachte aan die limiet me 1 of 2 seconden sneller kunnen laten lopen. 
Tot die tijd erger ik me alleen maar aan dat getal. Ik ben een betweter en een kenmerk van betweters is dat ze andere betweters niet uit kunnen staan. Hier is dat dus zo. Het IOC zegt: 8200 punten is de tienkamplimiet. En dan komt NOC*NSF en die doet er 20 punten bij. Betweterig. Irritant.

Uit de limieten voor WK’s, die de Atletiekunie zelf stelt, kun je afleiden dat de Atletiekunie het er ook niet mee eens is, want die limieten voor WK’s zijn milder. Om de simpele reden dat je als je 8075 punten scoort (tienkamplimiet WK 2011) al als een flinke baas wordt gezien in de hele mondiale tienkampwereld. Maar goed, een groot deel van het geld van de Atletiekunie komt van NOC*NSF en dus laat de Atletiekunie het na om een grote mond op te zetten. En dat is jammer, want dat geld van NOC*NSF komt voor een groot deel weer van het ministerie en dus uit belastinginkomsten en dus van onszelf vandaan of van het sponsorgeld van grote bedrijven waar wij met z’n allen weer geld hebben uitgegeven dus nog steeds van onszelf vandaan. De Atletiekunie krijgt dat geld om de belangen te behartigen van ons, atleten. En dat doen ze dus niet. Het zou overigens niets uitmaken voor Miranda Boonstra. Ik realiseer me dat. Daar is het nu te laat voor. Maar het zou wel een eerste signaal zijn aan NOC*NSF dat ze volharden in een fout denkpatroon, en dat dat een keer moet stoppen.

Succes in de atletiek komt niet door het zo scherp mogelijk stellen van limieten, dat komt door te hopen dat er af en toe iemand met de genen van Ellen van Langen wordt geboren, en die op de juiste manier te begeleiden.

I am made of every hurdle I’ve cleared, not just the ones on the track.
Historische plek om te trainen. Toch ‘n kleine vorm van kriebel bij de gedachte aan diegenen die hier 85 jaar geleden hun Olympische droom realiseerden.

Historische plek om te trainen. Toch ‘n kleine vorm van kriebel bij de gedachte aan diegenen die hier 85 jaar geleden hun Olympische droom realiseerden.

Multi-Media. Om er voor altijd vanaf te zijn dat ik zeg: ‘Ik ga naar Tenerife.’ En dat mensen dan zeggen: ‘Oh, lekker, Tenerife… Vakantie!?’ En dat ik dan zeg: ‘Neen, het is trainingsstage.’ En dat die mensen me dan toch een beetje ongelovig aankijken. Want dat is zo’n vaag begrip. Dit filmpje dus. Trainingsstage. Onthouden…!

Multi-Media, Combined Events Training In Close-Up, The Trainerife Edition. It’s a wrap!
Twaalf dagen trainen in vier minuut drieëndertig. Dat is nog eens met je neus op de trainingen gedrukt worden! 

Trainerife, 30 maart. Bijna twee weken extra hard trainen, het is een onmisbare schakel op weg naar het zomerseizoen. En terugkijkend kan ik heel weinig minpunten bedenken aan deze stage. Het was even lopen voor goede koffie, maar die was er wel. Goed gegeten, goed geslapen, goed gelachen. En vooral goed getraind.
De verwachting was dat het de laatste dagen op het tandvlees zou gaan, maar dat viel mee. Donderdagochtend nog een hartstikke goede sprinttraining, met als hoogtepunt binnen die training een 30 meter vliegend in 2,95 sec. (36,6 km/uur gemiddeld), sneller dan ik ooit in training heb gedaan.En donderdagmiddag zouden we gedoseerd krachttrainen, maar ineens stond ik met 130 kilo in mijn handen bij het voorslaan, en ook dat had ik nog nooit gehaald in training.Vrijdagochtend verspringen. In Valencia op trainingsstage vorig jaar ging dat op de laatste dag voor geen meter, teveel neuromusculaire vermoeidheid. Vandaag wilde het nog wel.Als toetje eigenlijk traditiegetrouw een pittige tempotraining. Als warm-up heb ik Remona 300 meter in 42 sec. geholpen, zodat zij een mooie 400 meter tijd kon neerzetten. Daarna 2x300 meter, in 36,9 en 36,3 sec, en als allerlaatste toetje 3x45 sec. knieheffen. 
Veel gedaan dus deze trainingsstage. Zowel de omvang als de intensiteit van de trainingen lag hoog en ik heb het probleemloos overleefd. Het voorwerk dat ik in de winter heb gedaan (belastbaarheid verhogen) brengt me nu dus resultaat. Zware fysieke trainingen en toch ook op de technische onderdelen kwaliteit laten zien. Ik reis tevreden weer af naar Nederland.

Trainerife, 30 maart. 

Bijna twee weken extra hard trainen, het is een onmisbare schakel op weg naar het zomerseizoen. En terugkijkend kan ik heel weinig minpunten bedenken aan deze stage. Het was even lopen voor goede koffie, maar die was er wel. Goed gegeten, goed geslapen, goed gelachen. En vooral goed getraind.

De verwachting was dat het de laatste dagen op het tandvlees zou gaan, maar dat viel mee. Donderdagochtend nog een hartstikke goede sprinttraining, met als hoogtepunt binnen die training een 30 meter vliegend in 2,95 sec. (36,6 km/uur gemiddeld), sneller dan ik ooit in training heb gedaan.
En donderdagmiddag zouden we gedoseerd krachttrainen, maar ineens stond ik met 130 kilo in mijn handen bij het voorslaan, en ook dat had ik nog nooit gehaald in training.
Vrijdagochtend verspringen. In Valencia op trainingsstage vorig jaar ging dat op de laatste dag voor geen meter, teveel neuromusculaire vermoeidheid. Vandaag wilde het nog wel.
Als toetje eigenlijk traditiegetrouw een pittige tempotraining. Als warm-up heb ik Remona 300 meter in 42 sec. geholpen, zodat zij een mooie 400 meter tijd kon neerzetten. 
Daarna 2x300 meter, in 36,9 en 36,3 sec, en als allerlaatste toetje 3x45 sec. knieheffen. 

Veel gedaan dus deze trainingsstage. Zowel de omvang als de intensiteit van de trainingen lag hoog en ik heb het probleemloos overleefd. Het voorwerk dat ik in de winter heb gedaan (belastbaarheid verhogen) brengt me nu dus resultaat. Zware fysieke trainingen en toch ook op de technische onderdelen kwaliteit laten zien.
Ik reis tevreden weer af naar Nederland.